Fortior procedure schorsing en verwijdering

Schorsing en verwijdering van leerlingen

Soms ziet een directie/bestuur zich genoodzaakt een leerling te schorsen en/of van school te verwijderen. De beslissing over schorsing/verwijdering van leerlingen berust bij het bevoegd gezag/directie. Schorsing is aan de orde wanneer het schoolbestuur of de directie bij ernstig wangedrag van een leerling direct moet optreden en er tijd nodig is voor het zoeken naar een oplossing. Verwijdering is een maatregel die genomen wordt als het bestuur concludeert dat het wangedrag dusdanig ernstig is, dat de relatie tussen school en leerling/ouders onherstelbaar verstoord is.

Een beslissing tot schorsing of verwijdering moet uiterst zorgvuldig worden genomen.

Voor de verwijdering van leerlingen zijn wettelijke bepalingen vastgesteld.

Desgevraagd kunnen deze via school beschikbaar worden gesteld.

Voor de schorsing van leerlingen hanteert het bestuur de volgende richtlijnen:

  • Het bestuur kan een leerling voor een beperkte periode schorsen, nooit voor onbepaalde tijd.

  • Schorsing vindt in principe plaats na overleg met de leerling, de ouders en de groepsleerkracht.

  • De directie deelt het besluit tot schorsing namens het bestuur schriftelijk aan de ouders mee. In dit besluit worden de redenen voor schorsing, de aanvang en tijdsduur en eventuele andere genomen maatregelen vermeld.

  • De school stelt de leerling in staat, bijvoorbeeld door het opgeven van huiswerk, te voorkomen dat deze een achterstand oploopt.

  • De directie stelt de inspectie namens het bestuur in kennis van de schorsing en de reden daarvoor.

Schorsing is van toepassing bij ernstig wangedrag van de leerling en er tijd nodig is voor het zoeken naar een oplossing.

Verwijdering is van toepassing als door wangedrag de relatie tussen school en leerling/ouders onherstelbaar verstoord is.

Print Pagina printen